Home Patience

Patience

Enkelspel

1 speler

8+

Over patience

Patience is een soort kaartspel dat door één speler wordt gespeeld. Het woord heeft een Franse oorsprong. Het spel wordt gezien als ‘een oefening in geduld’. In Noord-Amerika werd de naam solitaire in de 20e eeuw de meest voorkomende naam.

Het kaartspel

Patience wordt gespeeld met alle 52 kaarten van een standaard kaartspel.

De waarde

De kaarten zijn gerangschikt van hoog naar laag: K – Q – J – 10 – 9 – 8 – 7 – 6 – 5 – 4 – 3 – 2 – A.

Het doel

Het doel van patience is het wegleggen van de kaarten, in volgorde en in kleur, van de aas tot de koning. Het spel is gewonnen wanneer het hele kaartspel is weggelegd.

Kaarten delen

De kaarten worden verdeeld in vier verschillende soorten stapels:

  • Het tableau: de zeven stapels die het belangrijkste speelveld vormen.
  • De hand: de resterende kaarten die niet op het tableau liggen. Vanaf hier worden kaarten volgens de regels in het spel gebracht.
  • De aflegstapel: kaarten uit de hand die niet op het tableau of op de funderingen kunnen worden gelegd, worden open op deze stapel gelegd.
  • De opbouwstapels: vier stapels, één van elke reeks, waarop het dek in volgorde moet worden gebouwd.

Het Tableau wordt gevormd door zeven stapels neer te leggen, van links naar rechts. Leg de eerste kaart met de afbeelding naar boven en deel één kaart met de afbeelding naar beneden voor elk van de volgende zes stapels. Begin opnieuw van links naar rechts en leg een kaart open op de tweede stapel en deel een kaart met de afbeelding naar beneden voor de rest van de stapels. Ga zo door tot op de laatste stapel een kaart open ligt.

De overige kaarten vormen de handstapel. Bij het starten van het spel bevatten de opbouwstapels en de hand geen kaarten.

Het spel

De initiële reeks kan worden gewijzigd door kaarten van het tableau te verleggen. Sommige kaarten van het tableau kunnen in direct worden gespeeld, terwijl andere pas mogen worden gespeeld als bepaalde blokkeringskaarten zijn verwijderd. Bijvoorbeeld, van de zeven kaarten die naar boven op het tableau liggen, als de ene een negen is en de andere een tien, mag je de negen overzetten naar de top van de tien om die stapel in volgorde te bouwen. Omdat je de negen van een van de zeven stapels hebt verplaatst, heb je nu een gesloten kaart gedeblokkeerd; deze kaart kan worden omgedraaid en is nu in het spel.

Als je begint met het bouwen van reeksen, en je een aas ontdekt, moet de aas in een van de opbouwstapels worden geplaatst. De opbouwstapels worden gebouwd op kleur en in volgorde van aas tot koning.

Ga door met het in volgorde verleggen van kaarten op elkaar in het tableau. Als je geen openliggende kaarten meer kunt verplaatsen, kunt u de stapel gebruiken door de eerste kaart om te draaien. Deze kaart kan worden gespeeld in de opbouwstapels of het tableau. Als je de kaart op het tableau of de opbouwstapels niet kunt spelen, verplaats je de kaart naar de aflegstapel en draai je een andere kaart op de stapel om.

Als er een lege plek op het tableau ontstaat door het verleggen van kaarten, kun je hier een koning spelen. Dit is van groot belang bij het opbouwen van het tableau. Deze plek mag dus alleen ingevuld worden met een koning. Het vullen van een veld met een koning kan mogelijk een van de gesloten kaarten op een andere stapel op het tableau deblokkeren.

Ga door met het verleggen van kaarten op het tableau en breng kaarten in het spel vanaf de stapel totdat alle kaarten in reeksen van de juiste kleur zijn opgebouwd. Als dit lukt, win je het spel!